Centraal of decentraal

Noodverlichting centraal of decentraal?

Vaak krijg ik de vraag wat is beter centraal of decentraal gevoede noodverlichting  (waar beter staat mag ook vaak goedkoper staan), het antwoord is niet heel eenvoudig te geven maar hieronder ga ik een aantal zaken uitleggen om een eventuele keuze mogelijk te maken.

Als eerste wat is noodverlichting?

Noodverlichting is op te delen in twee soorten verlichtingsarmaturen:

  • Vluchtweg aanduiding; (pictogrammen)
  • Vluchtweg verlichting (deze gaan alleen bij spanningsuitval)

Er zijn een aantal normen die eisen stellen aan noodverlichtingsarmaturen, voor het overzicht beperk ik me hier tot het bouwbesluit, het bouwbesluit 2012 zegt over noodverlichting het volgende:

Noodverlichting geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op de vloer en het tredevlak
gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux.

Let op! De gebruiker van het gebouw is verantwoordelijk voor een veilig gebouw (dus ook voor de noodverlichting)!

Dus volgens het bouwbesluit moet een armatuur het binnen 15 seconden doen en vervolgens minimaal 1 uur aan blijven. Hoe de oplossing dan ook is centraal of decentraal maakt hier niet uit.

Wat is het verschil tussen centrale en decentrale noodverlichting?

Decentraal gevoede noodverlichting: Deze noodverlichting heeft een accu in het armatuur welke ervoor zorgt dat het armatuur blijft branden en het armatuur heeft een netwachter die kijkt of er spanning op het armatuur aanwezig is. Is het laatste niet het geval gaat hij in nood.

Centraal gevoede noodverlichting: Dit noodverlichtingsarmatuur heeft dus in tegenstelling tot de decentrale armaturen zelf geen accu of armatuur bewaking, hij geeft alleen licht indien hij hier de “opdracht” voor krijgt. De voorziening voor de spanning in nood komt via een externe oplossing: de centrale.

De centrale: een centrale heeft accu’s om bij spanningsuitval stroom te leveren aan bijvoorbeeld de noodverlichting en zal op een plaats ergens in het gebouw geplaatst worden.

Ik durf te stellen dat de meest veilige oplossing altijd decentrale noodverlichting is en wel hierom:

Decentraal is zelfvoorzienend in net bewaking en werking in nood

De nadelen van centrale noodverlichting:

  •  In aanleg duurder (bijvoorbeeld kabels in functiebehoud aanleggen);
  • Er moeten netwachters geplaatst worden in het gebouw (standaard zal een centrale alleen de inkomende spanning bewaken) zodat bij spanningsuitval in een compartiment de noodverlichting aan gaat.
  • Uitbreiding van de installatie kan niet zomaar in tegenstelling tot decentrale armaturen

Waarom dan toch voor centrale noodverlichting kiezen?

– In ruimten met een afwijkende omgevingstemperatuur dus of  hele hoge of hele lage temperaturen (zoals bijvoorbeeld een koel/vriescel)

– In situaties waar hoge lichtopbrengsten gewenst of vereist is. (decentrale noodverlichting heeft in het gunstigste geval max. 15 lux lichtopbrengst.

– Als noodverlichtingsarmaturen moeilijk te bereiken zijn en er bijvoorbeeld bedrijfsprocessen onderbroken moeten worden indien er onderhoud gepleegd gaat worden.

 

Heeft u ervaring met het gebruik van centrale noodverlichting of nog vragen over mijn bericht? Ik stel het op prijs als u een bericht achter laat.

 

Laatst gewijzigd door op .

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: